Kung Fu kent een traditie van ongeveer 2500 jaar oud. Een Taoïstische Indiase boeddhistische monnik (Bodhidharma genaamd) trok vanuit India naar China, waarna hij de Kung Fu vechtkunst ontwikkelde.
De Taoïstische boeddhistische monnik ontwikkelde zijn Kung Fu gebaseerd op natuurlijke bewegingen. De basisaspecten van de Sao Lim Kung Fu zijn: veel oefening,
ademhalingstechnieken, ontspanning, focus en het verharden van bepaalde delen van het lichaam.
Hierbij wordt gestreefd naar een vorm van volmaaktheid of perfectie in beweging, ademhaling, concentratie en gevoel. Sao Lim is een ultieme vorm van zelfontdekking, waarvan alle andere moderne vechtkunst zijn afgeleid.
Het beheersen van een Sao Lim Kung Fu stijl, is een ontwikkeling die vele jaren in beslag neemt. De diepgang gaat dan ook verder dan alleen technieken voor combat of
zelfverdediging om de oneindige mogelijkheden van het menselijke functioneren verder te onderzoeken en verbeteren.
Dit alles is gebaseerd op de balans en harmonische samenwerking van lichaam, ziel (spirit) en geest. Sao Lim Kung Fu is dan ook vermengd met de principes en lering van
het Boeddhisme. |